| Onderzoek loopblessures: voorkomen is beter dan genezen |
|
|
|
|
Inleiding Hardlopen wordt steeds populairder en is de laatste vier jaar uitgegroeid tot volkssport nummer één in Nederland. De Atletiek Unie schat dat circa 12,5% van de de Nederlandse bevolking regelmatig hardloopt ter bevordering van zowel de fysieke als de mentale gezondheid. Naast de voordelen kleeft er echter een belangrijk nadeel aan hardlopen, namelijk het veelvuldig optreden van hardloopblessures zoals een achillespeesblessure, lopersknie (1) of jumper's knee. Hardloopblessures komen zowel op recreatief als op wedstrijdniveau voor en de incidentie varieert van 30-70%. In de meeste gevallen ontstaan loopblessures ten gevolge van overbelasting, waardoor spier- en peesletsels, kraakbeenschade en stressfracturen van hoofdzakelijk de onderste extremiteiten kunnen ontstaan. Andere bekende voorbeelden hiervan zijn shin splints, hielspoor en meniscusklachten. Ondanks het vaak voorkomen van hardloopblessures zijn er weinig studies verricht naar de preventie ervan. Daarom heeft het Universitair Medisch Cenrum Groningen (UMCG) in 2005 een grootschalig onderzoek naar loopblessures uitgevoerd, de GronoRun-studie. Deze studie onderzoekt de invloed van een gedegen trainingsschema op het voorkomen van loopblessures bij beginnende hardlopers. Onderzoeksopzet GronoRun staat voor Groningen Novice Running Project en is een gerandomiseerde studie naar het effect van verschillende trainingsschema’s op het ontstaan van hardloopblessures. De studie is uitgevoerd bij beginnende hardlopers omdat bekend is dat juist door in het begin te veel en te vaak te lopen er gemakkelijk loopblessures ontstaan. In de studie wordt gewerkt met de zogenaamde "10%-regel": om het risico op een blessure te minimaliseren is het belangrijk om trainingen met niet meer dan 10% in duur of intensiteit te doen toenemen. De gedachte hierachter is dat alleen wanneer een optimale prikkel gevolgd wordt door de juiste hoeveelheid rust, het lichaam kan wennen aan de loopbelasting en er aan een opbouw gewerkt kan worden. Om bovenstaande te onderzoeken werden er twee onderzoeksgroepen met beginnende hardlopers opgesteld die beide toewerkten naar de 4 Mijl van Groningen. De interventie-groep deed dit middels een gedoseerd 13-weken schema (gebaseerd op de 10%-regel), de controlegroep door middel van een regulier 8-weken schema. Vervolgens werd gekeken naar het optreden van hardloopblessures in beide groepen. Resultaten De hypothese dat een optimale opbouw bij beginnende hardlopers loopblessures kan voorkomen, werd niet bevestigd in het onderzoek. Uit de resultaten bleek dat een gedoseerd 13-weken schema niet preventief werkt voor het optreden van loopblessures. In de interventie-groep (13 weken) ontstond in 20,8% van de deelnemers een hardloopblessure tegenover 20,3% in de controle-groep (8 weken). Inmiddels is GronoRun 2 van start gegaan, waarin gekeken wordt of een specifiek voorbereidingsprogramma van vier weken de kans op hardblessures doet verminderen. Preventie hardloopblessures In 2003 is er door het UMCG nóg een studie verricht, eveneens rondom de 4 Mijl van Groningen, die de invloed van factoren zoals leeftijd, BMI (Body Mass Index) en een eerdere loopblessure op het ontstaan van loopblessures onderzocht. Hieruit kwam naar voren dat een gezond gewicht en een goede voorbereiding hardloopblessures kunnen voorkomen. Op internet en in loopmagazines is veel informatie te vinden over factoren die de kans op loopblessures zouden verkleinen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere een goede warming-up en cooling down, een goed gedoseerd trainingsschema, het gebruik van goede schoenen met eventueel steunzolen, lopen op zachte ondergrond, specifieke krachttraining en voldoende rust bij een blessure. Controversieel nog zijn het stretchen voor, tijdens en na de training en het gebruik van specifieke voeding. Klik op een hardloopblessure in de onderstaande lijst om er meer over te lezen: Voetnoten (1) Tractus iliotibialis frictie syndroom: overbelasting van de tractus iliotibialis (peesplaat die aan de buitenkant van het bovenbeen loopt) Bronnen
Dit artikel is geschreven door Danne Boterenbrood. |



