Inloggen

Energiesystemen PDF Afdrukken E-mailadres
Het leveren van inspanningen kost energie. Afhankelijk van de duur en de intensiteit van de inspanning doet het menselijk lichaam een beroep op verschillende energiesystemen (zie fig. 1). Bij elke inspanning werken verschillende energiesystemen samen, maar afhankelijk van de duur en de intensiteit van de inspanning verschilt hun relatieve bijdrage tot de energielevering.

Figuur 1: verschillende energiesystemen.
Fig. 1: Vverschillende energiesystemen

Anaëroob alactisch

Korte krachtexplosies die maximaal zes seconden duren, doen voornamelijk beroep op de "onmiddellijke energie" die vrijkomt bij de afbraak van de in de spier opgestapelde energierijke fosfaten: fosfocreatine (CP) en adenosinetrifosfaat (ATP). Dit soort energielevering wordt anaëroob (zonder zuurstof) én alactisch (zonder lactaat of melkzuur) genoemd. De intensiteit is zeer hoog, maar de duur ervan is zeer beperkt.

Anaëroob lactisch

Voor maximale inspanningen tot ongeveer één minuut blijft de energielevering voornamelijk anaëroob (zonder zuurstof). Hierbij verzuren de spieren echter sterk en als gevolg daarvan wordt melkzuur gevormd. Deze energievorm wordt daarom anaëroob lactisch (met vorming van melkzuur) genoemd.

Aëroob

Wanneer een maximale inspanning langer dan één minuut volgehouden moet worden (bijvoorbeeld bij het lopen van een 800m), daalt de intensiteit en zal de energielevering meer en meer met tussenkomst van zuurstof gebeuren. Deze vorm van energielevering wordt dan ook aërobe energielevering genoemd.

Figuur 2 geeft de verhouding weer tussen het anaërobe en aërobe energiesysteem voor een maximale inspanning in functie van de tijd. Bedenk wel dat de relatieve bijdrage van de energiesystemen anders verloopt wanneer men geen maximale inspanning levert.


Figuur 2: relatieve bijdrage van aërobe en anaërobe energie tijdens maximale fysieke activiteit van verschillende duur.
Fig. 2: Relatieve bijdrage van aërobe en anaërobe energie tijdens maximale fysieke activiteit van verschillende duur.


Voorbeeld: Wanneer men gevraagd wordt om een Coopertest (12 minuten hardlopen waarbij een zo groot mogelijke afstand afgelegd moet worden) af te leggen, zullen de energiesystemen zoals weergegeven in figuur 2 aangesproken worden. Begint men daarentegen aan een rustige duurloop, dan zal het anaërobe lactische energiesysteem veel minder sterk aangesproken worden omdat de intensiteit (en dus de energiebehoefte) veel lager ligt. Een onmiddellijk gevolg is dat er snel een evenwichtstoestand tussen zuurstofbehoefte en zuurstofopname tot stand komt. Het aërobe energiesysteem neemt op dat ogenblik zeer snel het grootste deel van de energielevering op zich.

Het is uitermate belangrijk dat men de verschillende energiesystemen traint in de mate dat men ze voor een wedstrijd nodig heeft. Een overzicht van verschillende loopafstanden en de energiesystemen waarop bij die afstanden tijdens een wedstrijd een beroep wordt gedaan, is weergegeven in tabel 1. Ter vergelijking is ook een aantal andere sporten in het overzicht opgenomen. Dit zijn gemiddelde waarden die kunnen verschillen naargelang het niveau van de wedstrijd en de fysieke conditie van de atleet / sportbeoefenaar.

Tabel 1 : de belangrijkheid van de verschillende energiesystemen bij enkele populaire sporten. Op basis van deze gegevens kan snel een eerste analyse gebeuren van de huidige trainingsschema’s.

Tabel 1 : De verschillende energiesystemen bij enkele populaire sporten. Op basis van deze gegevens kan snel een eerste analyse gebeuren van de huidige trainingsschema’s.
 
Dit artikel is afkomstig van www.cjsm.vlaanderen.be/gezondsporten
 



BrowseSafe

BrowseSafe Level groen logo


CustomWebsite.nl