Inloggen

Inspanningstest PDF Afdrukken E-mailadres
Een inspanningstest meet de arbeidscapaciteit. Hierdoor krijgt men een idee over het uithoudings- en weerstandsvermogen en kunnen gelijktijdig eventuele hartproblemen (ritmestoomissen, kransslagader-problemen, enz.) worden opgespoord. In Europa gebeurt de sportmedische check-up vaak op de fiets, maar deze kan ook gebeuren op de loopband, de roei- of nog andere ergometers.
  • Op de fietsergometer is het gemakkelijk om het elektrocardiogram, de bloeddruk en de (maximale) zuurstofopname (VO2) en eventueel zelfs het melkzuurgehalte in het bloed tijdens de inspanning te volgen.
  • Op een fietsergometer gebruikt men net zoals op de loopband grote spiergroepen. De test wordt daarom gebruikt als evaluatie voor het algemeen uithoudingsvermogen.
  • De fietsergometer kan gebruikt worden bij oudere personen en kinderen, waar dit met een loopband soms erg moeilijk is (gevaar om te vallen, coördinatiestoornissen).

Verloop van de test

De arts begint met het stellen van een aantal vragen (anamnese) en voert een lichamelijk onderzoek in rust uit waarbij de longen en het hart beluisterd worden, de bloeddruk, lichaamsgewicht en lengte en eventueel zelfs het vetpercentage gemeten worden. Vervolgens neemt men plaats op de fiets en worden zadel- en stuurhoogte afgesteld. Er worden electroden geplaatst om het inspanningselektrocardiogram te nemen, een manchette om de bloeddruk te volgen en eventueel een masker voor de meting van de zuurstofopname. Indien men een melkzuurcurve wenst, krijgt men een klein prikje (éénmalig) in de oorlel. Daarna begint men te fietsen met 70 tot 100 omwentelingen per minuut (RPM). De belasting (in Watt) wordt volgens de leeftijd en het geslacht opgevoerd.

  • Volwassen mannen : beginnen bij 50 Watt en om de 3 minuten verhogen met 50 Watt.
  • Volwassen vrouwen: beginnen bij 30 Watt en om de 3 minuten verhogen met 40 Watt.
  • Kinderen en ouderen : beginnen bij 25 Watt en om de 2 minuten verhogen met 25 Watt.
    (andere gelijkaardige protocols zijn mogelijk)
Men fietst tot uitputting waarna nog een drie tot vijf minuten wordt uitgefietst met een lage belasting (cooling down). Afhankelijk van de conditie duurt de test ongeveer 10 tot 15 minuten. Getrainde sporters doen er minstens 20 minuten over. Om snel een idee te krijgen over de conditie, kan men de maximale belasting (in Watt) delen door het lichaamsgewicht. Op die manier bekomt men een getal (het relatieve maximale wattage) dat in onderstaande tabel tot een eerste beoordeling leidt.

Evaluatie
6,0 tot 7,0 Watt/kg professioneel wielrenner
5,0 tot 6,0 Watt/kg amateur wielrenner
4,5 tot 5,0 Watt/kg gemiddeld amateur wielrenner
4,0 tot 4,5 Watt/kg degelijke wielertoerist
3,0 tot 4,0 Watt/kg gemiddelde man van 30 jaar
2,5 Watt/kg gemiddelde vrouw van 30 jaar
mannen boven 30 jaar: -1% per jaar boven de 30
vrouwen boven 30 jaar: - 0,8 % per jaar boven de 30
 
Dit artikel is afkomstig van www.cjsm.vlaanderen.be/gezondsporten.
 



BrowseSafe

BrowseSafe Level groen logo


CustomWebsite.nl