Inloggen

Melkzuur: de lactaatdrempel PDF Afdrukken E-mailadres
Melkzuurbepaling: de gouden standaard
Melkzuurtests maken tegenwoordig integraal deel uit van de sportgeneeskunde. Aan de hand van deze tests kan men op een gemakkelijke manier de anaërobe en aërobe drempel van de atleet beoordelen. Om melkzuur te bepalen hoeft men alleen een minieme hoeveelheid bloed af te nemen. De staalname gebeurt meestal aan de oorlel, de vingertop of via een kleine catheder en hindert de atleet praktisch niet. De verschillende tests kunnen zowel in het laboratorium als in het veld worden uitgevoerd.

Werkwijze: Men doet een graduele inspanningsproef. Dit betekent dat de belasting om de zoveel minuten verhoogd wordt, tot uitputting. Meestal worden drie-minutenprotocols gebruikt, maar eigenlijk kan men voor veldtests alle richtingen uit. Om de anaërobe drempel uit een inspanningstest met melkzuurdosering te bepalen, werden en worden verschillende manieren gebruikt. Vroeger werd steeds de 2mmol/l en 4mmol/l-grens bepaald. De 2mmol/l-grens werd aërobe drempel en de 4mmol/l-grens anaërobe drempel genoemd. Tussen deze twee grenzen diende de uithoudingstraining te gebeuren.
 
Aangezien deze absolute waarden sterk afhankelijk zijn van o.a. protocol, voedingstoestand, inspanning voor de test e.d., worden op deze manier (als men gebruik maakt van een drie-minutenprotocol) de meeste atleten overschat. Daarom worden ook een andere methodes gebruikt om de anaërobe drempel te bepalen, steeds uitgaande van een inspanningstest met drie-minutenprotocol. Eén van de huidige methodes stelt dat het punt waar de melkzuurcurve raakt aan een hoek van 51°34', als aëroob-anaërobe drempel gezien kan worden. Alle inspanningen boven deze drempel zijn anaëroob en leveren dus melkzuur op. Alle inspanningen onder deze drempel zijn aëroob en dus goed voor het uithoudingsvermogen.
 
Bij goed uithoudingsgetrainden kan de melkzuurcurve in drie delen opgesplitst worden (zie figuur 1).

Figuur 5: bepaling van de anaërobe drempel op basis van de methode van Keul.
Fig. 1: bepaling van de anaërobe drempel op basis van de methode van Keul.

Deel I: een gebied waar de melkzuurconcentratie ongewijzigd blijft of daalt ondanks een verhoging van de belasting. In dit gebied voert men de recuperatietraining uit.

Deel II: een gebied waar de melkzuurconcentratie langzaam stijgt. Dit gebied gaat tot de aëroob-anaërobe drempel. In dit gebied worden de uithoudingstrainingen gedaan. In het begin van het gebied, de lange duurtraining; in het midden van het gebied de extensieve duurtraining en uiterst rechts in het gebied de intensieve duurtraining.

Deel III : het gebied rechts van de aëroob-anaërobe drempel. In dit gebied gebeurt de weerstandstraining. De tempotraining, waarbij bepaalde afstanden afgelegd worden in een tempo dat precies op de uithoudingsgrens ligt, gebeurt op de aëroob-anaërobe drempel. Wanneer men eenmaal op deze wijze de individuele anaërobe drempel bepaald heeft, kan men nog een stapje verder gaan en deze in de praktijk valideren met een tweede test. De drempel komt overeen met de hoogste intensiteit die men kan volhouden gedurende 20 tot 45 minuten zonder een continue stijging van het melkzuurgehalte. Indien de drempel correct is, zal de melkzuurconcentratie binnen een marge van 1mmol/l blijven bij een inspanning van 20 minuten aan de intensiteit van de drempel.
 
Dit artikel is afkomstig van www.cjsm.vlaanderen.be/gezondsporten.
 



BrowseSafe

BrowseSafe Level groen logo


CustomWebsite.nl