| Trainingsleer voor beginners |
|
|
|
|
Noot vooraf: In het onderstaande artikel zijn sommige verschijnselen meerdere malen op verschillende manieren beschreven. Dat heeft een reden, en wel deze: enige kennis van elementaire trainingsleer is onontbeerlijk wanneer men verantwoord wil sporten. Het loont daarom de moeite het artikel eerst globaal door te nemen en daarna bepaalde onderdelen wat zorgvuldiger te bestuderen.
Zo af en toe besluit men (omdat het mooie weer er weer aan komt, omdat men net gestopt is met roken of omdat het weer 1 januari is...) "wat meer aan sport te gaan doen". Daarbij wordt nogal eens onbesuisd van start gegaan, wat verkeerd kan uitpakken. Er is stijfheid na de inspanning, men ziet geen vorderingen en in het slechtste geval krijgt men last van peesontstekingen of gewrichtsklachten. Het oorspronkelijke enthousiasme neemt dan snel af en vaak wordt het grote plan wat later met stille trom begraven. Dit artikel biedt een aantal cruciale richtlijnen om zonder nodeloos afzien een behoorlijk activiteitsniveau te bereiken. Het is een handreiking aan iedereen die langdurig en comfortabel wil kunnen bewegen en daar bovendien nog veel plezier aan wil beleven ook.
Lichamelijke inspanning heeft een gunstige invloed op de lichaamsconditie. Ze verbetert de kwaliteit van het leven en doet het risico op ernstige chronische aandoeningen dalen. Met een beetje extra beweging kan men ervoor zorgen dat men in conditie blijft en dat het lichaam op een aangenaam niveau blijft presteren zodat men niet teveel hinder krijgt van "ouderdomskwaaltjes". Men hoeft dus geen uitgesproken sportief doel voor ogen te hebben om met sport te beginnen. Om welke reden men ook begint met een duursport, het is altijd belangrijk om bepaalde principes na te leven. Daarmee voorkomt men eventueel vroegtijdig blessureleed. Op die manier blijft het sporten leuk en is de kans dat men het langer volhoudt, dus ook groter.
Sommige mensen nemen op een dag het besluit dat ze ooit nog eens een hele of halve marathon willen lopen. Of ze beginnen met beweging om overgewicht te verliezen. Of ze willen zich gewoon beter voelen. Al deze mensen worden echter geconfronteerd met dezelfde vraag : “Hoé moet ik beginnen?” Deskundigen op gebied van sport en beweging leveren duidelijke richtlijnen die een beginnende sporter moet respecteren. Deze richtlijnen zijn echter niet goed bekend. Integendeel zelfs, er bestaan nogal wat foutieve opvattingen waardoor de inspanning meer schade berokkent aan lichaam en geest, dan voordeel op te leveren. Voordat we met die praktische richtlijnen kunnen beginnen, moet echter eerst toegelicht worden op welke typische manier het lichaam reageert op inspanning.
Positieve ervaringen versterken de motivatie De mens is een onscheidbare eenheid en zowel lichamelijke als psychologische processen zijn belangrijk voor een evenwichtige opbouw van de gezondheid. Pret, motivatie, bekwaamheid en zelfvertrouwen zijn daarbij 4 belangrijke richttermen. Het is daarom belangrijk dat men aan de lichaamsbeweging plezier beleeft en dat het niet alleen zwoegen en zweten is. Zeker voor beginners moet alle beweging deugddoend, heilzaam en zonder pijn kunnen verlopen. Negatieve ervaringen en pijnlijke herstelperioden blussen immers het jonge enthousiasme. Dit alles wordt ondersteund door het persoonlijke belang dat men hecht aan de samenhang tussen beweging en gezondheid. De inwendige motivatie vormt de drijfkracht achter de regelmatige inzet, maar berust gedeeltelijk ook op de bekwaamheid en het zelfvertrouwen in de eigen bewegingscapaciteit. Herstel staat centraalVeel mensen streven via beweging een algemene verbetering na van de lichaamsconditie. Men kan dit vertalen als het opbouwen van een betere uithouding tijdens inspanning. Daartoe bestaan duidelijke richtlijnen. Reactiecyclus op inspanning Deze reactie kan men in vier stappen opdelen.
Eerst moet er echter een belangrijk misverstand uit de weg geruimd worden. Veel mensen menen dat de inspanning het belangrijkste element is voor het verbeteren van het uithoudingsvermogen. Dit is niet het geval. Het herstel van het lichaam nà de inspanning en de gepaste dosering van die inspanning zijn véél belangrijker (zie figuur 1). Wanneer de inspanning groter is geweest dan normaal, heeft het lichaam namelijk de neiging om bij het herstel een aantal structuren en functies te verstevigen. Op die wijze zorgt het ervoor dat het beter voorbereid is op gelijkwaardige inspanningen in de toekomst. De (lichte) verbetering die men op deze wijze na elke inspanning bereikt, wordt het trainingseffect genoemd. Het is dit effect dat na verloop van tijd voor de merkbare verbetering van het uithoudingsvermogen zorgt (figuur 2 - functie A). Uiteraard is de inspanning ook belangrijk. De conditie kan immers alleen verbeteren indien het lichaam geprikkeld wordt door een extra inspanning. Door op een goed gekozen hoger inspanningsniveau te presteren, wordt het lichaam gedwongen om zich aan te passen. Veel sportiers (en niet alleen beginnelingen) lijken echter alleen maar bezorgd voor het opdrijven van snelheid, kracht, afstanden, enz. en schenken nauwelijks of geen aandacht aan de reacties van hun lichaam tijdens de inspanning en de herstelfase nadien. Dit brengt een risico met zich mee. Begint men een nieuwe training immers voordat de herstelfase volledig voorbij is, dan loopt men het risico de vermoeidheidsgraad op te drijven en dus net het omgekeerde te bereiken van de zo gewenste conditie- opbouw (figuur 2 - functie B). Het komt er dus op aan het moment én de dosering van de training goed te kiezen. Hoe lang duurt herstel? Aangezien men de volgende activiteit het liefst niet te snel onderneemt, maar deze ook niet te lang mag uitstellen, komt het er op aan te weten hoe lang de herstelfase duurt. Die lengte wordt in hoofdzaak beïnvloed door twee factoren: Inspanning: hoe zwaar? De zwaarte van een inspanning wordt bepaald door de combinatie van de volgende vier factoren : intensiteit, aard, duur en frequentie. Deze factoren kunnen onmogelijk los van elkaar gezien worden. Oriëntatie op de hartslag De hartslag geeft een zeer goed beeld van de hevigheid of intensiteit waarmee men oefent. Men voelt trouwens spontaan dat de hartslag oploopt. Dit hoeft niemand aangeleerd te worden. Het kan echter handig zijn om te weten met welke hartfrequentie) men traint. Men kan zich echter ook baseren op de wat ruwe, maar zeer eenvoudige en dus handige berekening van de maximale hartslag aan de hand van de leeftijd (figuur 4). Men neemt namelijk aan dat de maximale hartslag vanaf 20 jaar met 1 slag per jaar daalt. Hij kan voor de meeste mensen berekend worden door de leeftijd in jaren af te trekken van 220. Voor een vrouw van 40 jaar komt dit dus overeen met : 220 - 40 = 180. Dit richtcijfer is voor de meeste mensen nauwkeurig genoeg om er hun trainingen op af te stemmen. Afwijkingen van een tiental hartslagen zowel naar boven als naar onderen, zijn echter mogelijk (zonder dat men zich daarover ongerust hoeft te maken). Gewenst trainingsniveau = 70 %Men heeft vastgesteld dat een trainingseffect opgewekt wordt van zodra men oefent met een hartfrequentie die boven 70% van de maximale hartslag uitstijgt. Dit niveau bereiken ongetrainde mensen doorgaans sneller dan zij vermoeden. Zodra men merkt dat de hartslag gestegen is, zit men doorgaans reeds boven dit minimum en neemt het risico op overbelasting en negatieve ervaringen toe. Het is daarom duidelijk dat men zich niet al te zwaar moet inspannen om een trainingseffect te bereiken. Een niveau van 70% van de maximale hartfrequentie bereikt men doorgaans reeds bij matige inspanningen die men lange tijd kan blijven uitvoeren en waarvan men slechts weinig of geen hinder ondervindt. Een handige vuistregel is dat men tijdens de activiteit nog moet kunnen blijven praten zonder buiten adem te raken. Wat te doen met kleine afwijkingen?Wanneer men zich op de hartslag wenst te baseren, komt het er op aan zijn eigen lichaam te leren kennen. De individuele hartslag is immers vrij stabiel, zij het dat hij beïnvloed wordt door talrijke factoren, bijvoorbeeld door de omgevingstemperatuur, spanningen, voeding (bijvoorbeeld koffie), etc. Men moet zich over kleine afwijkingen niet al te ongerust maken. Wanneer men op een dag merkt dat de hartfrequentie zo’n 20 slagen hoger ligt dan normaal, dan is er waarschijnlijk iets mis. De verhoogde hartslag kan dan wijzen op een verhoogde vermoeidheid, een nakende verkoudheid of iets dergelijks. Men kan dan de sportieve activiteiten het beste gedurende enkele dagen beperken, of zelfs volledige rust nemen tot de hartslag weer normaal is. Matig de intensiteit Het "gevoel" biedt eveneens een betrouwbare aanwijzing voor de intensiteit. Daarbij kan men zich richten op de diepte en snelheid van de ademhaling of op het algemene vermoeidheidsniveau. Uiteraard gaat het hier om een gevoel, met andere woorden een persoonlijke indruk die individueel sterk kan verschillen. Er bestaan echter schalen (bijvoorbeeld een vermoeidheidsschaal, zie hieronder) waarmee deze persoonlijke indruk iets neutraler uitgedrukt wordt. Het is niet moeilijk om eventueel een eigen schaal te maken dat meer geschikt lijkt. (Meer informatie hierover lees je ook bij de gebruiksaanwijzing van het trainingslogboek.)
1 Geen invloed
2 Uitermate licht
3 Zeer licht 4 Licht 5 Matig 6 Zwaar
7 Zwaarder 8 Zeer zwaar 9 Uitputtend 10 Maximaal uitputtend De hartslag bij de pols en de hals moet steeds met de toppen van de vingers gevoeld worden en nooit met de duim. De gemakkelijkste methode bestaat er in gedurende vijftien seconden het aantal slagen te tellen en dit getal met vier te vermenigvuldigen. Daarmee compenseert men de daling van de hartslag gedurende de eerste volle minuut. Men kan ook korter of langer tellen, bijvoorbeeld gedurende tien of twintig seconden. Hoe korter de telperiode duurt, hoe zorgvuldiger men moet tellen, omdat de eventuele telfouten vermenigvuldigd worden. Hoe sneller de hartslag is, hoe moeilijker het wordt om hem met de hand te tellen. Boven de 160 slagen per minuut wordt dit zelfs onmogelijk en is het aan te raden om met een hartslagmeter te werken (zie verder). Er bestaan ook hartslagmeters die de hartslag tijdens de activiteit continu weergeven. Ze kunnen een nuttige en stimulerende hulp zijn bij de training, zeker voor mensen die zich ernstiger op hun sport gaan toeleggen. Het is ook een goed idee om het gebruik van de hartfrequentie te bespreken met een arts bij het voorafgaande algemene onderzoek. Een arts kan dan eventueel helpen bij het leren nemen van de pols indien men daar niet mee vertrouwd is. ”Begin liever te traag dan te snel” en andere praktische richtlijnenDe manier waarop het lichaam op inspanning reageert, heeft belangrijke gevolgen voor de wijze waarop men aan sport kan doen om de conditie te verbeteren. Deze inzichten kunnen gebundeld worden tot een aantal elementaire richtlijnen. • gedurende de laatste vijf jaar zeer weinig beweging gehad hebben.
Aan de hand van het trainingslogboek kan men reeds na enkele weken vorderingen vaststellen, wat stimuleert tot doorzetten. Het trainingslogboek is eveneens nuttig bij het overleg met de arts of andere bewegingsexperts over de mogelijke oorzaak van en oplossing voor problemen. Begin zeer rustigBegin liever te langzaam dan te snel. Dit advies kan niet genoeg herhaald worden. Mensen die lange tijd niet gesport hebben of weinig beweging gehad hebben, moeten zéér rustig beginnen. Het risico op kleine spier- en gewrichtsletsels is tijdens de beginperiode groot. De spieren en gewrichten zijn de grotere belasting immers niet gewend. Ze moeten de tijd krijgen om zich aan te passen. In hun aanvankelijke enthousiasme beginnen vele starters te snel en te intensief. Ze richten de aandacht vooral op de uithouding, kracht afstand en snelheid en letten te weinig op de signalen van hun lichaam die op een overbelasting wijzen. Wanneer men tijdens de activiteit hinder ondervindt of pijn voelt in een spier, gewricht of lidmaat, dan kan men het beste direct een ervaren sportarts raadplegen. Negeert men de pijn of klachten, dan is het risico op (ernstig) letsel zeer reëel. Letsels aan spieren en gewrichten vormen één van de grootste bedreigingen voor de voortzetting van de sportieve activiteit. Ze veroorzaken een verzwakking van het bewegingapparaat die tot een chronisch probleem kan uitgroeien bij een slechte verzorging. Men wordt gedwongen de activiteit tijdelijk te onderbreken. Hierdoor kan de conditie aftakelen zodat men deze nadien opnieuw moet opbouwen. Beginners herkennen de eerste alarmsignalen niet altijd. Dit is een bijkomende reden om het de eerste weken zeer rustig aan te doen, zodat men vertrouwd raakt met de reacties van het lichaam. Bij overgewicht: dubbel oplettenHet advies dat men rustig moet beginnen, geldt dubbel voor mensen met overgewicht. Het risico op klachten en spier- en gewrichtkwetsuren neemt toe naarmate het overgewicht groter is. Bouw langzaam op Wandelen is meer aanbevolen dan onmiddellijk te beginnen met hardlopen, langdurig fietsen, tennis, squash, etc. Zwemmen is eveneens een veilige sport om mee van start te gaan, zeker voor mensen met overgewicht. Er wordt vaak gesteld dat wandelen té licht is om enig effect te hebben op de uithouding. Dit is niet zo. Absolute beginners ondervinden wel degelijk een trainingseffect van zulke lichte langdurige activiteiten. Beginners moeten zich ook vooral concentreren op het opbouwen van de uithouding. Snelheid, kracht, lenigheid, etc. zijn aspecten die later aan bod komen, wanneer men over een goed uithoudingsvermogen beschikt. Té fanatiek getraindDe algemene stelling luidde vroeger dat men flink moest afzien om enig gunstig effect te bereiken. “No pain, no gain”, luidde het in het Engels (geen pijn, geen winst). Van deze zienswijze is men teruggekomen. Tegenwoordig stelt men dat men zich voldoende moet inspannen zodat het lichaam tot overcompensatie gestimuleerd wordt, maar méér hoeft niet. Integendeel, wanneer men zich forceert, verhoogt het risico op blessures. Het lichaam zelf is een uitstekend meetinstrument. Het geeft duidelijk aan of de vermoeidheid toeneemt dan wel of de conditie verbetert. Men kan zich op een aantal eenvoudige en goed herkenbare tekenen oriënteren. Ongunstige tekens
Wanneer men de indruk heeft dat een activiteit tijdelijk minder goed verloopt, doet men er goed aan de inspanningen te temperen. Train met een rustiger tempo en minder lang. Of las een extra rustdag in. Men kan ook even een minder belastende sport kiezen, bijvoorbeeld zwemmen of fietsen in plaats van hardlopen. Men kan ook de doelstellingen verleggen, bijvoorbeeld niet meer naar de afstand of snelheid kijken, maar vooral rekening houden met de hartslag. Dit kan door tijdens een training in een bepaalde hartslagzone te blijven, bijvoorbeeld tussen de 130 en 140 slagen per minuut. Slaap voldoendeDe nachtrust is bij uitstek de periode van herstel. ‘s Nachts stijgt de afscheiding van groeihormonen, waardoor het ritme van allerhande herstelmechanismen versnelt. Te weinig slapen maakt de herstelfase na de inspanning nodeloos langer. Vermijd ook alles wat de slaap kan storen, zoals bijvoorbeeld koffie of alcohol ’s avonds. Wanneer men slecht geslapen heeft, is men niet optimaal uitgerust. Men doet er goed aan om op zo'n dag minder intensief te trainen. Een training sluit men bij voorkeur nooit af met alcohol, een fout die helaas nog (te) vaak gemaakt wordt. Rust bij koortsKoorts is altijd een reden om tijdelijk te rusten. De meeste mensen hebben trouwens ook weinig of geen zin om te trainen wanneer ze koorts hebben. Na een virale infectie (bijvoorbeeld bij een verkoudheid of griep) kan het bovendien nog een tijdje duren voordat men zich volledig hersteld voelt. In dat geval kan men uitgaan van de volgende vuistregel: voorzie na het verdwijnen van de koorts evenveel dagen rust als het aantal dagen dat men koorts gehad heeft. Daarana kan men de training hrevatten. Voelt men zich bij het hervatten van de training nog moe of lijkt de training niet al te best te gaan, doe het dan wat rustiger aan en neem contact op met een arts. Cooling down is noodzakelijkEen sportactiviteit abrupt beëindigen wordt sterk afgeraden. Aan het einde er nog een sprintje uitknijpen en vervolgens de remmen dicht en op een bank van een drankje genieten, is erg ongunstig en wel om twee redenen.
Bouw de inspanning daarom tegen het einde aan langzaam af. Wanneer men bijvoorbeeld een uur gaat fietsen, doet men er goed aan de laatste tien minuten uit te fietsen. Ideaal is wanneer men in de douche kunt afronden met het gevoel dat men reeds volledig uitgerust is van de inspanning. Wanneer men een activiteit plotseling moet staken, bijvoorbeeld doordat de huur van een terrein afgelopen is, moet men een afkoelingsperiode voorzien. Men kan bijvoorbeeld een tiental minuten rondwandelen en daarbij gevarieerde oefeningen uitvoeren. Rekoefeningen na de afkoeling zijn eveneens erg nuttig. Zorg goed voor het materiaalEen krakende fiets met wielen die paraplu staan, oude afgetrapte loopschoenen of vuile kledij nodigen niet uit tot oefenen. Zorg ervoor dat het materiaal in orde is, bijvoorbeeld dat men in frisgewassen kledij kan vertrekken indien men de dag voordien fel gezweet heeft of toevallig een modderstrook gepasseerd is. Eenvoudig en degelijk materiaal hoeft niet duur te zijn. Een oude fiets kan mits wat olie en een minimum aan herstellingen soms omgetoverd worden tot een soepel lopend exemplaar dat uitstekend geschikt is om door de startperiode heen te komen. Voorkom alvast dat slecht en onverzorgd materiaal een excuus kan worden om af te zien van een training. Kies tijdstip en omgeving Neem de tijd om uit te kijken naar een omgeving die zich leent voor het soort training dat men wil uitvoeren. Een ongestoord landelijk parcours houdt voor sommige mensen extra voordelen in, zoals de rust, de stilte en het directe contact met de natuur. Andere mensen stellen meer prijs op de aanwezigheid van collega’s en verkiezen voor hun looptrainingen bijvoorbeeld een park waar ze nog andere lopers tegenkomen. Welke bewegingsactiviteit kiezen? De ene sport is beter geschikt voor een verbetering van uithoudingsvermogen dan de andere. Sporten zijn echter moeilijk te vergelijken. De ene sport is technischer dan de andere,. De ene wordt individueel en de andere wordt groepsgewijs uitgevoerd. De ene bestaat uit korte hevige inspanningen met tussenpozen en de andere juist weer uit één lange aangehouden inspanning, enz. Dit artikel is afkomstig van www.gezondsporten.be.
|






