| Periodisering: de meso- en microcyclus |
|
|
|
|
Omdat de trainingsfases zoals die beschreven zijn in de macrocyclus, meerdere weken in beslag nemen, is een verdere opdeling in meso- en microcycli noodzakelijk. Pas wanneer men van dag tot dag weet wat en hoe men moet trainen, kan men spreken van een trainingsplan. Een trainingsjaar bestaat uit vijf verschillende fasen die verder onderverdeeld kunnen worden in periodes van een viertal weken. Een periode van vier trainingsweken wordt ook een mesocyclus genoemd. Vier weken is zo ongeveer de minimumtijd die nodig is om elk onderdeel waarop de nadruk tijdens een fase ligt, voldoende te trainen. Om bijvoorbeeld een goed krachtuithoudingsvermogen te verkrijgen tijdens de basisfase (fase 1), wijst de trainingspraktijk uit dat men hieraan minstens één maand aandacht moet besteden. De mesocyclus Tijdens een mesocyclus wordt de belasting geleidelijk opgedreven. Het lichaam kan zich alleen aanpassen als de toename in belasting progressief gebeurt en er tegelijkertijd telkens een lichte "overload" (een soort overbelasting) van het systeem is. Het lichaam moet daarom na elke training voldoende tijd krijgen om zich aan te passen. Wanneer de trainingsbelasting immers te snel wordt verhoogd, kan het lichaam zich niet aanpassen en treedt er vermoeidheid, overbelasting of zelfs een begin van overtraining op in plaats van een conditieverbetering. Daarom is het erg belangrijk om de training te periodiseren. Hiermee wordt een trapsgewijze opbouw van de training bedoeld gedurende drie weken, gevolgd door een week met een lagere trainingsomvang en intensiteit. Dat is de herstelweek (zie figuur 1). ![]() Figuur 1: voorbeeld van periodisering binnen één mesocyclus Van mesocyclus tot mesocyclus kan zowel de omvang (het volume) als de intensiteit van de training geleidelijk verhoogd worden. Een voorstel van de verdeling van de trainingsbelasting (uitgedrukt in een percentage van het totaal aantal uren training per mesocyclus, vier weken samen = 100%) wordt in tabel 1 weergegeven. De verdeling van de trainingsbelasting tijdens één mesocyclus van vier weken verschilt van fase tot fase. Tijdens de basis- en intensiteitsfase stijgt de belasting van week tot week om in de laatste week fors af te nemen. Tijdens de piekfase daalt de trainingsbelasting per week (tapering off) om tijdens de wedstrijdperiode wisselend hoog en laag te worden. De herstelfase kenmerkt zich door een evenredige belasting over de hele periode.
Microcyclus Een mesocyclus van vier weken kan ook nog gesplitst worden in vier periodes van één week - dit zijn de microcycli. In een microcyclus moeten zware trainingen afgewisseld worden met minder zware trainingen om voor het nodige herstel te zorgen. Voor veel duursporters is het trainingsregime "zware dag gevolgd door een rustige dag" te zwaar en moet er eerder overgestapt worden naar een regime "zware dag gevolgd door twee rustige dagen". Enkele voorbeelden van trainingsverdeling vindt men in figuur 2. Tracht wel de indeling van de trainingsweek min of meer constant te houden binnen één fase. Op die manier leert men hoe zijn lichaam reageert op de opgelegde trainingsbelasting en kan men achteraf eventueel aanpassingen doorvoeren. Figuur 2: de opeenvolging van zware en lichte trainingen binnen de microcyclus kan verschillende vormen aannemen. De wijze waarop men een microcyclus indeelt, moet individueel gebeuren. De beschikbare tijd, trainen met meerdere sporters samen, etc. bepalen mee hoe een microcyclus er in de praktijk uit ziet. Merk wel op dat na elke zware training een hersteltraining volgt. Trainingsomvang Voordat men een individueel trainingsschema kan opstellen, moet er eerst gekeken worden hoeveel uur training in een jaar mogelijk is. Niet iedereen heeft de mogelijkheid zich fulltime met zijn sport bezig te houden. Andere bezigheden, zoals school, werk, familie, sociaal leven, etc. spelen zeker een rol bij het bepalen van de trainingsomvang. Men moet dus steeds realistisch blijven bij het bepalen van het doel en de trainingsomvang. Van belang is ook om te weten hoeveel anderen trainen. Als men weet dat de meeste duursporters 700 uur per jaar trainen dan is het onrealistisch om zichzelf te willen spiegelen aan dit niveau als men maar 300 uur per jaar kan trainen. Lange termijnplanning van jaar tot jaar met een geleidelijke stijging van de training leidt tot grote verbetering. De huidige topatleten zijn zeker niet begonnen met 700 tot 800 uur training per jaar. Hun trainingsomvang werd geleidelijk met 5 tot 10 % per jaar verhoogd om zo de aanpassingen aan de steeds hogere trainingsintensiteiten en -volumes vlot te laten verlopen. Zoals reeds aangegeven, kan het lichaam zich aan een toename van training aanpassen, op voorwaarde dat dit geleidelijk gebeurt. Te veel, te snel een te hoge belasting opleggen, en het lichaam raakt oververmoeid. Oververmoeidheid tot zelfs overtraining is veelal het gevolg van een teveel aan training zonder dat het lichaam zich daaraan heeft kunnen aanpassen. Een rustige opbouw is het fundament van elk goed trainingsschema. Hoeveel training volstaat?De trainingsomvang wordt gemakshalve in het aantal uren training uitgedrukt. Als men een trainingslogboek bijhoudt, kan men achteraf uitrekenen hoeveel tijd men besteed heeft aan de verschillende trainingsvormen. De hoeveelheid training die iemand nodig heeft om een bepaald niveau te bereiken, is volledig afhankelijk van het niveau en van de soort wedstrijden waarop men zich voorbereidt. Het spreekt voor zich dat een topatleet die zich op een Olympische marathon voorbereidt, heel wat meer uren training nodig heeft dan een gedreven recreant die wekelijks een wedstrijd van 10 tot 15 km wil lopen. Bij het bepalen van de trainingsomvang moet er ondermeer rekening gehouden worden met volgende elementen:
Afhankelijk van de hoeveelheid training van het vorig jaar en de huidige conditionele toestand kan men aan de hand van tabel 3 de mogelijke toename (indien nodig of gewenst) in trainingsomvang bepalen. Het spreekt voor zich dat men de training niet of zeer voorzichtig opdrijft als het vorige seizoen wegens blessures of andere problemen onderbroken werd. De fysieke conditie is door de onderbreking in dat geval waarschijnlijk niet ten volle opgebouwd. Wanneer men daarentegen op het toppunt van zijn kunnen is, dan mag de toename eerder wat hoger liggen.
Werkwijze
Algemeen plan - DoelstellingenEen eerste vereiste om een trainingsschema op te stellen, is het bepalen van een (realistisch) doel. Het doornemen van volgende punten kan daarbij meer duidelijkheid verschaffen
Opdeling trainingsjaar in dertien mesocycli STAP 1 : Berekening van het totaal aantal uur training per jaar Soorten training binnen de mesocycli Vul nu per mesocyclus in welke training aan bod komt en hoeveel procent van de totale trainingsduur eraan besteed wordt. Een voorbeeld hiervan wordt in tabel 4 (zie onder) gegeven . Aantal trainingsuren per trainingsvorm per microcyclus Door het totaal aantal trainingsuren per jaar te vermenigvuldigen met het percentage van het totaal aantal uren per jaar dat in die trainingscyclus getraind wordt, krijgt men het totaal aantal uren voor die mesocyclus van vier weken. Vermenigvuldig dit getal met het weekpercentage dat in B bepaald werd. Zo krijgt men het aantal uren dat per week gepland moet worden. Door het percentage dat aan elke trainingsvorm in die week besteed wordt, te vermenigvuldigen met dit aantal uur krijgt men per trainingstype het aantal uren dat die week getraind moet worden.
Tabel 4: Een voorbeeld van indeling van de beschikbare tijd (procentueel uitgedrukt) over de verschillende soorten training per mesocyclus Figuur 3: De indeling van een trainingsjaar in dertien mesocycli van vier weken. Het trainingsvolume (uitgedrukt in een percentage van het jaarvolume) neemt progressief toe om tijdens de piek- en wedstrijdperiode af te nemen. Wekelijks trainingspatroon Nu moeten enkel nog de verschillende trainingen over de week verdeeld worden. Deze stap kan niet automatisch gebeuren en vergt enig puzzelwerk. Houd hierbij rekening met volgende richtlijnen: • Plan de langste extensieve duurtraining tijdens het weekend of op een dag dat men het meeste tijd heeft. Deze training kan reeds 50% van de totale duurtraining voor die week uitmaken. • Krachttrainingen worden gespreid over de week. Voorzie steeds één tot twee dagen tussen de verschillende krachttrainingen. • Drempeltrainingen - in welke vorm ook - worden steeds voorafgegaan door een goede warming-up en besloten met een goede-cooling down van 20 tot 30 minuten. Doe nooit drempeltrainingen of weerstandstraining op achtereenvolgende dagen. Voor deze trainingen heeft men een langere herstelperiode nodig dan voor andere trainingen. • Tracht een bepaald weekpatroon gedurende enkele cycli aan te houden. Zeker in de piek- en wedstrijdperiode is dit belangrijk. Zo zal tijdens de competitieperiode bijvoorbeeld op woensdag een drempeltraining gepland worden, gevolgd door een extensieve duurtraining gecombineerd met snelheidstraining op donderdag en een kortere extensieve duurtraining op vrijdag voordat men zich in het weekend in een wedstrijd stort. • Vanzelfsprekend mag er af en toe afgeweken worden van het normale trainingspatroon. Door omstandigheden kan het dat een bepaalde training beter past op die dag in plaats van andere. Wel moet er steeds met vorige richtlijnen rekening gehouden worden. • Een trainingsschema is een hulp, geen doel op zich. Trainingsschema's kunnen (en moeten) aangepast worden. Het is zeker niet de bedoeling om slaafs een schema te volgen. Wel geeft een trainingsschema algemene richtlijnen waaraan men zich moet houden. Trainingen waar men vijf minuten voor de aanvang niet weet wat en hoe er getraind zal worden, behoren vanaf nu tot het verleden. Men beschikt immers over een schema dat wel kan aangepast is aan de dagelijkse situatie en dat volgens een wetenschappelijk gefundeerde manier doelgericht leidt tot betere prestaties. Naast het opmaken van een trainingsschema is het ook noodzakelijk een trainingslogboek bij te houden waarin men zorgvuldig de gedane trainingen noteert. Dit artikel is afkomstig van www.cjsm.vlaanderen.be/gezondsporten.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||




