Inloggen

Celzouten PDF Afdrukken E-mailadres

Celloid Mineralen therapie

Mineralen worden vaak gezien als de "kleine broertjes" van vitamines ook al zijn ze essentieel voor het menselijk lichaam. Mineralen kunnen niet gesynthetiseerd (synthese = het proces waarbij het lichaam "eigenhandig" bepaalde stoffen aanmaakt) worden door het lichaam en moeten dus uit de voeding gehaald worden. Interessant genoeg werken vitamines ook minder goed bij iemand die een mineralentekort heeft.

Moderne landbouwtechnieken en methodes van voedselbewerking hebben ervoor gezorgd dat het mineralengehalte van onze voeding opvallend verminderd is, waardoor mineralendeficiëntie steeds vaker voorkomt. Overmatig gebruik van vochtafdrijvers zoals thee en koffie, enzymdeficiënties, stress en erfelijke factoren lijken tevens verantwoordelijk te zijn voor toegenomen mineralentekorten bij de moderne patiënt.

Cel-communicatie via mineralen

De Celloid® Mineralen Therapie is een unieke behandelingsmethode gebaseerd op de observatie dat mineralen van vitaal belang zijn voor het goed functioneren van het menselijk lichaam. De grondlegger van de Celloid® Mineralen Therapie (eind jaren ’30) was Maurice Blackmore, een Australische natuurgeneeskundige. Blackmore was een toegewijde en vastberaden therapeut die een sterke interesse had in mineralentherapie en de fysiologische rol van mineralen bij ziekte en gezondheid. Hij geloofde dat een tekort aan mineralen een gemeenschappelijk kenmerk is van ziekte, en dat alle ziekten genezen kunnen worden door het herstellen van het tekort aan mineralen op cellulair niveau.

11 Zouten

De Celloid® Mineralen bestaan uit 11 mineraalzouten in een elektrisch gebalanceerd anion-kation paar, ontwikkeld als aanvulling op Schüssler’s 12 weefselzouten. Maurice Blackmore geloofde dat mineralen in homeopathische doseringen niet sterk genoeg waren om grote mineraaldeficiënties mee te kunnen behandelen, en hij realiseerde zich dat gebruik maken van dezelfde mineraalverbindingen in een fysiologische dosering de werkzaamheid van deze behandelmethode zou kunnen vergroten. Uit de 12 Schüssler zouten werden vervolgens 11 Celloid® Mineralen ontwikkeld. Alleen natriumchloride werd weggelaten omdat dit zout overvloedig voorkomt in het huidige dieet.

Celloid® Mineralen worden al meer dan 70 jaar met groot succes gebruikt in Australië, en zijn recent geïntroduceerd in Engeland en Nederland.

  • Celloids® Mineralen voorzien het lichaam van fysiologisch actieve doseringen van mineralen.
  • Celloid® Mineralen behandelen de oorzaak van ziekte en niet slechts de symptomen.
  • Celloid® Mineralen zijn effectief bij de meeste acute en chronische aandoeningen.
  • Celloid® Mineralen worden goed verdragen en zijn niet toxisch in de voorgeschreven dosering.
  • Celloids® kunnen gebruikt worden door iedereen, zelfs door jonge baby’s, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, ouderen en verzwakte mensen.
  • Celloid® Mineralen voorzien mensen van een effectieve en relatief goedkope behandelingswijze.
  • Celloid® Mineralen zijn uitstekend te gebruiken als aanvulling op andere behandelingsmogelijkheden.

De evolutie van de mineralenwetenschap - Samuel Hahnemann

Samuel Hahnemann, "de vader van de homeopathie", was waarschijnlijk de eerste die onderzoek deed naar de rol van mineralen bij het handhaven van een goede gezondheid. Hahnemann onderzocht de fysiologische en pathologische effecten van mineralen (silica, calcium, kalium en natrium) en opperde ook het idee van de minimum dosis, tegenwoordig bekend als het homeopathische systeem.

Dr. Schüssler

Dr William Schüssler (1821-1893), een Duitse homeopathische arts, wordt door velen gezien als de pionier van de moderne biochemie. Schüssler onderzocht de biologie van levend weefsel en stelde vast dat bij het verbranden van levend weefsel slechts as bestaande uit mineralen overblijft, en daarom, zo concludeerde hij, zijn mineralen de fundamentele anorganische bouwstenen van het organisme. Als het mineraalgehalte van verschillende weefsels en organen uit het lichaam wordt bepaald, dan blijkt dat elk weefsel niet alleen verschillende mineralen bevat, maar ook verschillende verhoudingen tussen de mineralen.

Het Schüssler systeem van weefselzouten is gebaseerd op de homeopathie en deze worden bereid in een "biochemische" of homeopathische dosering van D6 en/of D12.

Schüssler zelf sprak over moleculenbewegingen, om zijn door jarenlange ervaring aan ziekbedden opgedane inzichten theoretisch te onderbouwen. Tegewoordig weet men dat zijn mineralen in vloeibare vorm uit positief en negatief geladen ionen bestaan. Men voert de biologische werkzaamheid van de mineralen ook terug op hun elektrische lading. De belangrijkste ionen met positieve lading zijn: Kalium, Calcium, Natrium en Magnesium. Negatief elektrisch gelad en zijn de Chloriden, Fosfaten en Sulfaten. Het elektrisch evenwicht in de lichaamsvloeistoffen wordt hersteld doordat de positieve en negatieve ionen met elkaar in evenwicht komen.
 
Elk mineraal zijn eigen taak

De verschillende lichaamsvloeistoffen zijn wat hun elektrolytische samenstelling betreft duidelijk van elkaar te onderscheiden. Zo vormt kalium bijvoorbeeld het belangrijkste positief geladen ion binnen de celvloeistof. Wanneer het lichaam nieuw weefsel wil opbouwen, dan heeft het behalve eiwit ook voldoende kalium nodig. Kaliumionen activeren de celstofwisseling. Lichaamscellen bevatten derhalve 60 maal meer kalium dan de buiten de cellen gelegen omgeving. Natrium daarentegen heerst als positief geladen ion over de vloeistoffen buiten de cellen. Het is de tegenspeler van kalium en houdt het zuur-basen-evenwicht in stand. Wordt dit evenwicht verstoord, dan treden ziektebeelden op.

Door het toevoegen van de te zwak functionerende mineralen kan men hier bijsturen en het natuurlijke evenwicht herstellen. Calcium komt, evenals natrium, vrijwel alleen buiten de cellen voor. In elektrisch geladen toestand houdt het eveneens het zuur-basen-evenwicht in stand. Terwijl kalium de gevoeligheid van de cellen opvoert, heeft calcium een dempende werking. Het hartritme is afhankelijk van het voorhanden zijn van calciumionen. Bloedstolling kan zonder calcium niet plaatsvinden.

Magnesium

Het magnesium met zijn positieve elektrische lading, werkt enerzijds het calcium tegen. Anderzijds dempt het de prikkelbaarheid van de zenuwen, net zoals calcium ze normaliseert. De negatief geladen chloor ionen komen binnen de cellen vrijwel niet voor. In de vloeistoffen buiten de cellen echter regelen ze de druk en vloeistofuitwisseling. De fosforzuurionen bezitten bijzonder veel regulerende eigenschappen. Ze verhogen de gevoeligheid van de zenuwen en reguleren de suiker- en kalkstofwisseling, voornamelijk in het spierweefsel.

Zwavel

Zwavelzuur, dat zich in enkele Schüsslerzouten bevindt, speelt een bijzonder belangrijke rol bij ontgiftingsprocessen in de leverstofwisseling. Daarnaast staat het in nauw verband met de eiwitvorming en de stofwisselingsprocessen in de cellen.

IJzer

IJzer bevindt zich in het menselijk lichaam in chemische verbinding met eiwit. Het is onontbeerlijk bij alle verbrandingsprocessen binnen het gecompliceerde stofwisselingssysteem in de cellen. De aanwezigheid van ijzer maakt het opnemen en activeren van zuurstof in het lichaam pas mogelijk.

Kiezelzuur (silicea)

Silicium is naast zuurstof het meest op aarde voorkomende element. Desondanks komt silicium in het menselijk organisme slechts in sporen voor. Dat het een belangrijke invloed heeft op het bindweefsel, heeft men de laatste decennia via vele experimenten kunnen bewijzen. Observaties bij mensen met stoflongen (silicose) wezen uit dat silicium zelfs in zeer kleine hoeveelheden de nieuwvorming van bindweefsel stimuleert. Dit bevestigde de bevindingen van Dr. Schüssler.   

Op deze wijze kon men nu de oeroude methode uit de volksgeneeskunst, waarbij in geval van longtuberculose thee en extracten van de kiezelzuurrijke paardenstaart werden toegediend, wetenschappelijk verklaren. Daardoor wordt een nieuwe weg gebaand naar het wetenschappelijk begrijpen van de medische successen die Dr. Schüssler heeft geboekt.

Sporen-elementen

In de moderne geneeskunde krijgen de inzichten in de zogenaamde sporen- en bio-elementen een steeds grotere plaats. Onder sporen- en bio-elementen verstaat men biochemische grondstoffen die in het organisme van planten, dieren en mensen slechts in zeer geringe hoeveelheid voorkomen. Slechts van een klein gedeelte van deze elementen is tot op heden het biologische belang bekend. Zo weet men bijvoorbeeld dat het bloedvormende vitamine B12 kobalt bevat en de rode bloedkleurstof ijzer.

Veel van deze sporenelementen komen slechts via de voeding het lichaam binnen en worden dan weer uitgescheiden. Ontbreken zij echter, dan werkt dat zeer nadelig op alle levensprocessen. De belangrijkste van deze sporenelementen, ijzer, fluor en silicium, zijn bestanddelen van de Schüsslermineralen, ofschoon de wetenschap in de tijd van Schüssler nog nauwelijks op de hoogte was van het bestaan en de werkwijze van sporenelementen. Zelfs tegenwoordig zijn niet alle raadsels rond de sporenelementen opgelost. Het onderzoek neemt nu pas een aanvang.

Geneeskrachtige bronnen

Andere onderzoekers vergelijken de genezende werking van de mineraaltherapie eerder met die van de geneeskrachtige bronnen. Deze bevatten namelijk een verscheidenheid aan zouten en werkzame bestanddelen (in water opgelost) en werken genezend wanneer men ervan drinkt of erin baadt. Inderdaad, in veel bekende geneeskrachtige bronnen komen de door Dr.Schussler gebruikte mineralen voor. Het middel Kaliumfosfaat bevindt zich bijvoorbeeld in de Carlsbron in Bad Hermannsborn. Natrium- en fosforicumionen vindt men voornamelijk in bronzouten die uit de heilbronnen van Mergentheim worden gewonnen. Hier sluit de kring zich, want Dr.Schussler kwam door het bestuderen van geneeskrachtig bronwater tot zijn biochemische geneeswijze.

Maurice Blackmore

Dr Maurice Blackmore (1906-1978) was een van de belangrijkste grondleggers van de natuurlijke gezondheidsindustrie in Australië en wordt gezien als een wetenschapper die zijn tijd ver vooruit was. Blackmore gebruikte kleine farmacologische doseringen van mineraalzouten en spitste zijn onderzoek toe op cellulaire voeding, en het vermogen van de individuele cel om mineralen op te kunnen nemen.

Hij stelde vast dat mineralen die aangeboden worden in een elektrisch gebalanceerde vorm, een betere biologische beschikbaarheid hebben voor de cel dan gebonden mineralen in ruwe vorm. Een uniek aspect van de Celloids® Mineralen is dat het anion en het kation van even groot belang zijn voor de therapie, en dit onderscheidt de Celloids® Mineralen van andere mineralenpreparaten.

Onderzoek dat gedaan is sinds de tijd van Schüssler en Blackmore, heeft hun theorieën bevestigd dat gezondheid in grote mate afhankelijk is van de voedingstoestand. In de afgelopen decennia hebben we de ontwikkeling gezien van de "Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden" (ADH) van mineralen en vitamines en van een groeiend bewustzijn van het belang van een voldoende hoge inname van mineralen voor de menselijke gezondheid en voor een normale ontwikkeling. Toch komen mineraaldeficiënties regelmatig voor, zelfs in de westerse wereld. De medische wetenschap erkent tegenwoordig het belang van mineralentherapie. Echter, de meest algemeen aanvaarde manier van behandelen van patiënten met hoge doseringen ruwe mineralen is niet altijd de meest effectieve vorm van therapie.

Hoge dosering niet per se goed

Het gebruikmaken van hoge doseringen mineralen kan betekenen dat een deficiëntie tijdelijk hersteld wordt maar deze situatie zal vervolgens niet in stand gehouden worden door het lichaam. Het komt ook vaak voor dat patiënten behandeld worden met hoge doseringen van één soort mineraal. Hoewel dit effectief kan zijn in het corrigeren van een tekort aan dat specifieke mineraal, kan dit ook leiden tot een "relatieve deficiëntie" van een ander mineraal door het verstoren van de ‘synergetische balans’ tussen deze twee.

Een duo: calcium en magnesium

Calcium en Magnesium bestaan bijvoorbeeld in een delicate balans ten opzichte van elkaar. Het behandelen van een patiënt met een tekort aan Calcium gebruik makend van hoge doseringen van dit mineraal, zal misschien de deficiëntie opheffen, maar kan er ook voor zorgen dat de patiënt tekenen van een Magnesiumtekort zal gaan vertonen, omdat er dan teveel Calcium is in verhouding tot Magnesium.

Erkenning

Natuurgeneeskundige therapeuten Leslie Fisher en Alfred Jacka hebben beiden erkenning gekregen voor hun werk met de Celloid® Mineralen. Alfred Jacka gebruikte Celloids® Mineralen in combinatie met kruiden en homeopathie bij elke behandeling van zeer diverse patiënten in zijn drukke praktijk in Melbourne, Australië. "Prescribing Strategies" is een boek geschreven door Jacka en is een zeer handig hulpmiddel voor therapeuten.

Leslie Fisher heeft meer dan 30.000 patiënten behandeld met alleen mineralentherapie. Er is onderzoek verricht in zijn klinieken en in het Austin ziekenhuis in Melbourne. Fisher heeft zijn ervaringen met de Celloids® Mineralen vastgelegd in zijn boek "The Clinical Science of Mineral Therapy".

Celzouten die van nature in de voeding voorkomen

Verse biologisch dynamische onbewerkte voedingsmiddelen bevatten de meeste celzouten. Zodra de voedingsmiddelen bewerkt worden of met een verkeerde kooktechniek worden bereid, gaan celzouten verloren. Om een idee te krijgen in welke voedingsmiddelen de diverse celzouten voorkomen, staat hieronder een aantal op een rijtje:

Calcium fluoratum
Knoflook, zemelen, kool, pruimen, rabarber, spinazie, bruine rijst, uien.
 
Calcium phosphoricum
Erwten, gerst, haver, frambozen, zemelen, kool, kropsla, linzen, noten, rabarber, rogge, sesamzaad, tarwe, uien.
 
Calcium sulfuricum
Erwten, gerst, haver, zemelen, kool, kropsla, linzen, noten, rabarber, rogge, spinazie, tarwe, uien.
 
Ferrum phosphoricum
Bonen, bramen, boekwit, dadels, erwten, aardbeien, vijgen, gerst, zemelen, kool, kropsla, linzen, noten, pruimen, radijs, rogge, rozijnen, spinazie, tarwe, asperges, wortelgras.
 
Kalium chloratum
Appels, bloemkool, bramen, vijgen, gerst, kool, kokosnoot, kropsla, kersen, linzen, noten, olijven, paardebloem, pastinaak, rode biet, selderie, spinazie, spruiten, tomaten.
 
Kalium phosphoricum
Appels, bramen, vijgen, gerst, kool, kokosnoot, kersen, linzen, paardebloem, noten, olijven, pastinaak, rode biet, selderie, spinazie, tomaten.
 
Kalium sulfuricum
Appels, bloemkool, waterkers, dadels, aardbeien, vijgen, wortelen, aardappelen in de schil, kool, kropsla, paardebloem, mierikswortel, noten, pastinaak, peterselie, rode biet, selderie, spinazie, tomaten, uien.
 
Magnesium phosphoricum
Bonen, dadels, erwten, vijgen, gerst, kool, kastanjes, kokosnoot, linzen, noten, pruimen, rogge, rozijnen, spinazie, tarwe, geitenmelk.
 
Natrium phosphoricum
Erwten, aardbeien, gerst, haver, wortelen, kool, linzen, paardebloem, noten, rogge, selderie, spinazie, tarwe.
 
Natrium sulfuricum
Appels, bloemkool, aardbeien, vijgen, haver, wortelen, aardappelen, kool, kropsla, linzen, noten, selderie, spinazie, uien.
 
Silicea
Aardbeien, vijgen, gerst, augurken, haver, gierst, kool, kropsla, paardebloem, pastinaak, asperges, spinazie.

Literatuur en links:

 
Dit artikel is afkomstig van www.natuurdietisten.nl. Deze specialisten kunnen een ieder helpen met het balanceren van celzouten.
 



BrowseSafe

BrowseSafe Level groen logo


CustomWebsite.nl